Vloerverwarming is een populaire manier om een woning comfortabel en gelijkmatig te verwarmen. De manier waarop vloerverwarming wordt aangebracht hangt af van het type systeem en de bestaande vloer. Elektrische vloerverwarming is relatief eenvoudig te installeren. Hierbij wordt vaak gebruikgemaakt van een verwarmingsmat of -kabel die op de ondergrond wordt gelegd en vervolgens wordt afgewerkt.
In dit artikel richten we ons op watergedragen vloerverwarming. We bespreken de verschillende manieren om de verwarmingsbuizen aan te brengen, de meest gebruikte legpatronen en het belang van het testen van het systeem voordat de dekvloer wordt aangebracht.
Vloerverwarming op noppenplaten
Een veelgebruikte methode is het aanbrengen van vloerverwarming op noppenplaten. Dit zijn kunststof platen met kleine verhogingen, oftewel noppen. Tussen deze noppen kunnen de buizen van de vloerverwarming eenvoudig worden geplaatst.
De noppenplaten worden op de voorbereide ondergrond gelegd. Dit kan bijvoorbeeld een laag schuimbeton zijn. Afhankelijk van het gekozen systeem kunnen de platen ook een extra isolerende werking hebben. Dat is een belangrijk voordeel, omdat warmteverlies naar beneden hierdoor kan worden beperkt.
Nadat de noppenplaten zijn aangebracht, worden de vloerverwarmingsbuizen in het gewenste patroon tussen de noppen geplaatst. De uiteinden van de buizen worden vervolgens aangesloten op de verdeler.
Een veelgebruikte hart-op-hartafstand bij vloerverwarming is 10 centimeter. De exacte afstand hangt echter af van onder andere de warmtebehoefte van de ruimte, het type vloer en het gekozen systeem.
Vloerverwarming op staalmatten
Een alternatief voor noppenplaten is het aanbrengen van vloerverwarming op staalmatten, die ook wel krimpnetten worden genoemd. Hierbij worden de verwarmingsbuizen niet tussen kunststof noppen geplaatst, maar aan de staalmatten bevestigd.
De buizen kunnen bijvoorbeeld met speciale bevestigingsmiddelen of tie wraps aan de matten worden vastgezet. Vervolgens wordt de vloer afgewerkt met een geschikte dekvloer.
Het voordeel van staalmatten is dat ze flexibel kunnen worden toegepast. Toch wordt in veel situaties de voorkeur gegeven aan noppenplaten. Deze zijn eenvoudig te verwerken en kunnen afhankelijk van het systeem tegelijkertijd een extra isolatielaag bieden.
Vloerverwarming infrezen
Een andere mogelijkheid is vloerverwarming infrezen. Bij deze methode hoeft een bestaande cementdekvloer niet volledig te worden verwijderd. Met een speciale freesmachine worden sleuven in de bestaande dekvloer gemaakt. De vloerverwarmingsbuizen worden vervolgens in deze sleuven geplaatst.
Vloerverwarming infrezen is vooral geschikt voor bestaande cementdekvloeren. De ondergrond moet voldoende dik en geschikt zijn om de sleuven in te kunnen frezen.
Niet iedere vloer is hiervoor geschikt. Een harde betonvloer kan bijvoorbeeld lastig te bewerken zijn. Daarom moet vooraf altijd worden gecontroleerd uit welk materiaal de bestaande vloer bestaat en of deze geschikt is voor infrezen.
Welk legpatroon voor vloerverwarming?
Bij watergedragen vloerverwarming zijn verschillende legpatronen mogelijk. Een veelgebruikt patroon is het slakkenhuispatroon. Hierbij lopen de aanvoer- en retourbuizen als het ware naast elkaar door de ruimte.
Een belangrijk voordeel hiervan is dat warme aanvoerbuizen en koelere retourbuizen naast elkaar liggen. Hierdoor ontstaat een meer gelijkmatige warmteverdeling over de vloer.
Een alternatief is het meanderpatroon. Hierbij loopt de buis in lange banen heen en weer door de ruimte. Daardoor kan er meer temperatuurverschil ontstaan tussen het begin en het einde van het verwarmingscircuit.
Welk patroon het beste is, hangt af van de ruimte, het ontwerp van het systeem en de gewenste warmteafgifte. Een installateur kan hiervoor een passend legplan maken.
Vloerverwarming testen voordat de dekvloer wordt aangebracht
Voordat de cementdekvloer wordt aangebracht, is het belangrijk om de vloerverwarming zorgvuldig te controleren. De verschillende groepen worden aangesloten op de verdeler en het systeem wordt vervolgens gecontroleerd op lekkages.
Dit gebeurt door het systeem onder druk te zetten volgens de voorschriften van de fabrikant en installateur. Zo kan worden gecontroleerd of alle aansluitingen goed zijn en of de leidingen geen lekkage vertonen.
Deze controle is erg belangrijk. Een probleem dat vóór het aanbrengen van de dekvloer wordt ontdekt, is relatief eenvoudig op te lossen. Een lekkage die pas wordt ontdekt nadat de vloer is gestort, kan daarentegen voor veel extra werk en kosten zorgen.
Vloerverwarming en de cementdekvloer
Wanneer de vloerverwarming correct is aangelegd en gecontroleerd, kan de dekvloer worden aangebracht. De dekvloer omsluit de verwarmingsbuizen en zorgt ervoor dat de warmte gelijkmatig aan de vloer wordt afgegeven.
Een goede voorbereiding en een correct aangelegd verwarmingssysteem zijn daarom belangrijk voor het uiteindelijke resultaat. Met de juiste ondergrond, een passend legpatroon en een goede controle vóór het storten van de dekvloer legt u een stevige basis voor een comfortabele en energiezuinige vloer.